Soms trok ik het niet meer

Medicijn tegen ‘druk’ gedrag helpt om het vol te houden

Informatie & advies

050-5239494

Print pagina

Bij de zesjarige Melanie is onlangs een stoornis in het autisme spectrum geconstateerd. Dat was voor de pleegouders een bevestiging van wat ze altijd al hadden gedacht: zij heeft weinig inlevingsvermogen en is haast niet te corrigeren als ze letterlijk door het huis stuitert. Met het vooruitzicht dat de Methylfenidaat in aantocht is, houdt pleegmoeder moed om het vol te houden met Melanie, die al vanaf de geboorte in het pleeggezin woont.

Toen de oudste van de drie jongens van Annelies en Jan het huis uit ging was er letterlijk plek bij hen voor een pleegkind. Zeven jaar geleden volgden ze de TOP bijeenkomsten en gaven zich op voor een kind in de leeftijd van 0 tot 3 jaar. Na een paar maanden werden ze gebeld dat Melanie was geboren en of ze haar in het ziekenhuis wilden ophalen. Met alleen ziekenhuiskleertjes aan nam Annelies haar in de armen mee.

“Het is verbazingwekkend hoe snel je weer in het ritme van de nachtvoeding zit,” vertelt Annelies. De eerste drie weken verliepen rustig, maar daarna ging Melanie heel hard huilen. “Zeg maar gerust krijsen. Het leek net of ze ergens van af moest ‘kicken’. Maar daar is niets over bekend. Het huilen was heel anders dan wij met onze eigen kinderen gewend waren.”

Na zeven maanden(!) verminderde het huilen. Dat was mede te danken aan het advies van het consultatiebureau om Melanie in te bakeren. Jan: “We legden dan de armpjes over de buik en wikkelden het in een doek als een soort mummie. Dat voelde voor haar prettig en gaf veiligheid.”

Gaandeweg ontwikkelde Melanie zich tot een stuiterbal, die in en op het aanrecht en de vensterbanken klom. Je moet haar constant in de gaten houden. Jan: Zij heeft onrust in haar hoofd, moet dat kwijt, en kan het niet verwoorden. Ze raakt het kwijt door druk te doen.” Als ik in haar ogen kijk zie ik angst die ze wil overschreeuwen. Ze durft in het donker niet naar de wc of naar bovenverdieping. Het licht is dag en nacht aan.”

Na een dag voor kinderen van hun kerk werden ze gewezen op de mogelijkheid van een logeerhuis. Daar gaat Melanie nu in een keer in de veertien dagen een weekend naar toe. Annelies: “Ik vind het wel moeilijk om haar daar heen te brengen. Maar het is anders haast niet vol te houden. Ze leert daar om te gaan met andere kinderen, heeft daar een eigen slaapplek en kan heerlijk buiten spelen.”

Melanie, die als kleuter naar het MKD (Medisch Kleuter Dagverblijf) ging, is inmiddels getest door kinderpsychiater Marion van Zonneveld. Hoewel nog te jong voor een definitieve diagnose, wordt nu eerst uitgegaan van een stoornis in het autisme spectrum. Zij heeft nu sinds enkele weken methylfenidaat voorgeschreven gekregen. De medicijndoos met drie pillen voor iedere dag staat op het aanrecht. Melanie krijgt om 7.30, 11.30 en 15.10 uur een tablet. Met het vooruitzicht op de medicijnen heeft Annelies het volgehouden. “Op een gegeven moment trok ik het niet meer. In de bibliotheek heb ik haar heel vaak duidelijk gemaakt wat de regels zijn, maar zij bleef maar door de zaal rennen. Je ziet de moeders kijken en ik denk dan ‘hier kom ik nooit meer’. Laatst maakte ze buiten hele toestanden toen haar broer en moeder op bezoek waren geweest. Toen ik binnen op de bank zat te huilen had ze geen idee wat er aan de hand was. Ze vroeg waarom ik huilde terwijl we net hele toestanden achter de rug hadden.”

Jan wijst erop dat Melanie de emoties niet herkent. “Verstandelijk kan ze wel het een en ander leren. Dat is haar geluk. In haar klas is ze een van de beste leerlingen. Maar op sociaal/emotioneel gebied is ze heel zwak.”

De dosis van de methylfenidaat wordt nu langzaam verhoogd om Melanie aan het middel te laten wennen. Annelies: “De ene keer merk je wel dat het werkt, de andere keer niet. Dat heeft volgens de kinderpsychiater ook te maken of er voor Melanie spannende dingen spelen, zoals een ouderbezoek. Toen ik er laatst naar vroeg zei ze dat de juf had gezegd dat ze niet verder hoefde te werken omdat ze alles al gedaan had. Ze kan zich beter en langer concentreren en ik heb het gevoel dat ze dat heel prettig vindt. Leren kan ze wel, maar haar gedrag zit haar in de weg.”

Methylfenidaat

Methylfenidaat wordt gebruikt bij aandachtstekort met hyperactiviteit, ook wel ADHD genoemd, naar het Engelse begrip ‘Attention Deficit Hyperactivity Disorder’. Deze aandoening komt voornamelijk voor bij kinderen. Zij vinden het moeilijk hun aandacht lang ergens op te richten en ze zijn vaak ook zeer beweeglijk, impulsief en actief. Kinderen met ADHD hebben vaak problemen op school, in hun omgang met andere kinderen en met hun ouders. Ook een volwassene kan ADHD hebben. Een deel van de kinderen houdt klachten, ook als ze volwassen zijn. Er zijn ook mensen die als kind al ADHD hadden, maar daar pas op volwassen leeftijd achter komen. Verder komt het voor bij autisten en bij verstandelijk gehandicapten.

Hoe methylfenidaat werkt bij ADHD is niet precies bekend. Je zou van een stimulerend medicijn niet verwachten dat het een positief effect heeft op mensen die overactief zijn. Toch blijkt dat twee op de drie kinderen met ADHD er rustiger door worden en zich beter kunnen concentreren. Methylfenidaat is slechts een hulpmiddel, de aandachtsstoornis verdwijnt er niet door. Tijdens het gebruik zullen veel van de verschijnselen wel minder extreem zijn, waardoor de gedragstherapie meer effect heeft.

 

“Door de Ritalin heb ik niet de chaos in mijn hoofd.”

Pascal (21) was zes toen hij met zijn 1 jaar oudere broer in een pleeggezin kwam wonen. Hij weet nog goed dat toen hij Ritalin kreeg er drie keer per dag goed om moest worden gedacht dat hij zijn pilletje kreeg. “Door de pil heb ik niet de chaos in mijn hoofd. Er hoefde maar één ding te gebeuren of ik was afgeleid. De pillen helpen ook om beter met andere mensen om te gaan.”

Ooit had de psychiater gezegd dat hij de Ritalin tot zijn 21ste moest slikken. “Ik dacht zelf dat ik het niet meer nodig had. Ik ben met mijn pleegouders naar de psychiater gegaan om er van af te komen en rustig af te bouwen. Maar ik ging me steeds meer aan mensen ergeren en kon mijn woede minder beheersen. Ook voelde ik me rot en depressief. Ik slik nu gewoon weer mijn pillen en voel me daar veel beter bij.”