Ik kan me nog steeds verwonderen over de stappen die Lars gezet heeft

MKD & psychomotorische therapie

Ik kan me nog steeds verwonderen over de stappen die Lars gezet heeft

Algemene vragen

050-5239494

Print pagina

‘Hij keek ons nooit aan. Hij was onzeker, angstig en gespannen, huilde veel en had continu onze hulp nodig.’ Aan het woord is Angelique. Uiteindelijk werden bij haar zoon Lars autisme en een ontwikkelings­achterstand vastgesteld. Maar dat weerhield ouders en zoon er niet van om hele grote stappen te zetten.

‘Lars kon niet meekomen op de peuterspeelzaal. Via het consultatiebureau en het autismeteam zijn we toen bij het Medisch Kinderdagverblijf (MKD) van Elker terecht gekomen. Daar werd Lars zijn intelligentie en ontwikkeling getest. Hij kwam uit op een IQ van 60 en zijn ontwikkeling was op sommige onderdelen op negen maanden blijven steken. Ik wist al vroeg dat er wat met hem aan de hand was, maar van deze cijfers schrok ik. Als jeugdzorgmedewerker wist ik wat ze inhielden, kende ik het perspectief. Dat was heel verdrietig. Maar tot mijn verbazing zag ik Lars al snel stappen maken op het MKD.

Vertrouwen
De psychomotorische therapie (PMT) maakte onderdeel uit van zijn behandeling. Om de twee weken mocht ik aansluiten. Dan oefenden we dingen waar we thuis tegenaan liepen. De therapie heeft ons bijvoorbeeld geholpen om contact met Lars te maken. Dan moest Lars rondjes steppen en had ik een rood en groen rondje. Rood was stoppen, groen doorrijden. Zo werd hij gedwongen om naar mij te kijken, leerde hij grenzen te accepteren en te wachten. Dat voerden we ook thuis door.

‘De therapie heeft ons geholpen contact te maken met onze zoon’

We oefenden ook vaak op een kleed. Dan moest Lars ontspannen gaan liggen en trok ik hem voort. Zo leerde hij mij te vertrouwen. Zelfs toen we hem op het kleed heen en weer schommelden, bleef hij ontspannen liggen. Zo mooi om te zien. Uiteindelijk ging dit vertrouwen zo ver, dat hij bij mij op schoot kwam zitten en ik mijn armen om hem heen kon slaan. Om zo een veilig plekje te creëren, waar hij zich geborgen voelde en tot rust kwam. De oefeningen gaven niet alleen Lars meer zelfvertrouwen, maar mij ook.

Stappen
Ik kan me nog steeds verwonderen over de stappen die Lars gezet heeft. Twee jaar geleden had hij een IQ van 60, nu herkent hij letters en probeert hij te lezen. Hij speelt in de speeltuin, vraagt kindjes om met hem te spelen en maakt plezier met zijn zus. Hij vertelt thuis hoe het op school was, dat hij in de moestuin gewerkt heeft en zaadjes in de grond heeft gestopt. Dit was eerder allemaal echt ondenkbaar. Waar wij met Lars gaan eindigen? Ik heb echt geen idee. Maar hij kan al veel meer dan ik ooit had gedacht en ook de afgelopen weken hebben we weer veel bereikt. We zijn heel positief over de toekomst.

Ik weet uit ervaring dat hulp zoeken voor je kind moeilijk is. Maar ik kan maar één ding zeggen: stel je kwetsbaar op en vertrouw de hulpverleners. Het kan je zoveel opleveren.’

Over psychomotorische therapie

Psychomotorische therapie is een therapievorm voor kinderen (en eventueel ouders) waarbij bewegingsspel centraal staat. De therapie kan bijvoorbeeld helpen als er zorgen zijn over het gedrag of de ontwikkeling van een kind.

‘Hij merkte dat dingen lukten en durfde steeds meer’

Els Peereboom, psychomotorisch therapeut

‘Psychomotorische therapie (PMT) is een bewegingstherapie waarbij we gebruikmaken van bewegingsspelvormen met en zonder materiaal. Tijdens het spel creëren we bewegingssituaties, waarbij kinderen en soms ook de ouders positieve ervaringen kunnen opdoen in het bewegen en in het contact. Hierdoor kan er meer (zelf)vertrouwen ontstaan en kan de sociaal-emotionele ontwikkeling worden gestimuleerd. Deze therapievorm werkt goed bij kleine kinderen, met name vanwege het bewegingsspelelement. Lars is ook bij mij geweest. Hij was angstig, bewoog zich onzeker. Door met hem in de zaal te rennen, klimmen, springen en ga zo maar door, merkte hij dat dingen hem lukten. Zo leuk om te zien hoe trots hij dan was. Het gaf hem meer vertrouwen in zichzelf en hij durfde steeds meer. Toen heb ik ook zijn moeder bij de therapie uitgenodigd. Zij kreeg hierdoor meer zicht op haar rol in de omgang met Lars. Zo wilde Lars bijvoorbeeld gekoesterd worden en Angelique wilde hem koesteren, maar ze wisten beiden niet goed hoe. Door middel van bewegingsspelvormen uit met name de Sherborne-methode, ontstond er tussen Lars en zijn moeder steeds meer lichamelijk contact en kon Lars zich steeds beter ontspannen. Ik zag ze allebei groeien, ook naar elkaar toe. Daar doe ik het voor.’

Meer weten?

Wil je meer weten over hulp bij stagnerende ontwikkeling? Bekijk hier onze hulpvormen.