Bij afscheid botsen verstand en gevoel.

Bij afscheid botsen verstand en gevoel

Informatie & advies

050-5239494

Print pagina

Verstandelijk weet je als crisis of perspectief zoekend pleeggezin dat de plaatsing eindig is en er afscheid genomen moet worden.

Verstandelijk bereidde Riëtte Boersma zich met haar gezin voor op het afscheid van de 1-jarige Shirley die 2,5 maanden oud was toen ze in het gezin kwam. Shirley heeft een Scandinavische moeder en het gezin wist dat ze terug zou gaan naar een tante in het noorden. Zes uur ‘s ochtends kwamen twee voogden Shirley ophalen. “Je weet dat ze weggaat en dat ze maar tijdelijk zou blijven. Dat het afscheid naderhand zo heftig is had ik niet kunnen bedenken,” vertelt Riëtte.

Shirley is het eerste pleegkind dat bij de familie Boersma komt wonen. “Ik werd vrijdagmiddag gebeld. Of ik een baby van tien weken oud bij de 24-uurs opvang kon ophalen. Normaal ga ik naar die plaats om schoenen te kopen. Ik moest nog even nadenken hoe de maxi-cosi vastgezet moest worden. De baby had blauwe plekken in het gezicht en krassen van nagels.”

Vanaf het begin ging het hele gezin voor pleegzorg. De kinderen konden door de komst van de baby een week later niet naar de pleegzorgdag in de Efteling. Dat namen ze graag voor lief. Janine (13), Kevin (12) en Thalissa (7) vonden het geweldig. “Shirley kreeg heel veel aandacht en zat veel op schoot, lekker tutten en lol maken. Als ze in de box stond dan trok ze de aandacht door heen en weer te huppen zo van ‘hallo, ik ben hier, komt u maar’. Ze zat onder haar geboortegewicht, maar de curves voor gewicht en lengte gingen de weken na haar komst bijna rechtstandig omhoog. Achteraf denk ik wel eens dat het maar goed was dat ik niet wist hoe slecht ze er aan toe was, anders was ik in paniek geraakt.” De familie Boersma wist vanaf het begin dat Shirley bij haar tante zou gaan wonen, die een dochter van dezelfde leeftijd had. “Als dat wordt gezegd houd je daar rekening mee, maar je kunt geen afstand houden. Je gaat je toch hechten aan het kind. Het zit in je hoofd dat ze weggaat. In de buurt vroegen ze ook of ik daar geen moeite mee had. Dat viel mee totdat ze weg was. Dat kwam heel heftig binnen”.

Shirley was al een weekend bij tante geweest die vlakbij de familie Boersma een huisje had gehuurd. Ze werd ’s morgens gebracht en ‘s avonds weer opgehaald. Dat ging goed. Op aandringen van Riëtte is er ook twee keer contact met moeder geweest. “Moeder woonde in een instelling in Groningen en was weer zwanger. De eerste keer dat ze Shirley zag zei ze dat ze haar niet herkende.”

Het afscheid

Shirley werd ‘s morgens om zes uur opgehaald door haar voogd om naar Schiphol te gaan. “Dat tijdstip scheelt, je komt uit bed en in een ‘hurry’ zorg je dat alles klaar is voor vertrek. Ik heb haar gewoon gepakt en in het stoeltje in de auto gezet. Toen een van de voogden nog een praatje begon dacht ik ‘rij nu maar weg’.

De voogd vertelde dat er de hele reis niets met Shirley aan de hand was, maar ik weet niet of dat waar is.” De kinderen hoefden niet naar school, maar zijn wel gegaan. Het beste is om de draad van het gewone leven weer op te pakken.”Het gezin mist Shirley. Het gevoel dat Riëtte het eerste half jaar kreeg als ze de foto van Shirley zag is voor haar haast niet onder woorden te brengen. “Het scheelt dat we nog contact hebben. We hoorden van de tante dat ze wel konden merken dat Shirley de eerste weken wat miste. We hebben contact via de mail. Geregeld krijgen we een foto of een filmpje. Tante heeft ons gevraagd of we dat wilden. Bart, mijn man, moest laatst vlakbij de plaats zijn waar ze woont. Hij is vrachtwagenchauffeur en rijdt op Scandinavië. ‘Als ik het adres heb, ga ik er even heen en neem haar mee’ zei hij gekscherend. Dat doe je voor jezelf, niet voor Shirley. De tijd dat Shirley bij ons was, hadden wij Shirley haar familie wat te vertellen en kwam het contact van onze kant. Nu Shirley bij haar familie is moet het contact van hun kant komen.”

Het verjaardagcontact is er nog wel. “Ze is in januari twee geworden. Via de mail hebben we een vliegtuigje dat door de lucht vliegt gestuurd met ‘happy birthday’. Tante heeft gezegd dat ze over een paar jaar naar Nederland willen komen, maar dat hoef je voor Shirley niet te doen.” De kinderen hadden moeite met het vertrek. Kevin denkt nog elke dag aan haar. “Thalissa kon niet slapen van verdriet. Om haar te helpen heb ik de gedachte aan Shirley zogenaamd met mijn hand bij haar weggepakt en een veilige plek gegeven. Daar had ik ooit eens wat overgelezen en het heeft haar geholpen”.

Dat pleegouders moeite hebben met pleegzorg na het verzorgen van een baby kan ik me wel voorstellen. Ik heb de moed om door te gaan, want je doet het voor het kind. Iemand moet het toch doen. Dat is een van mijn drijfveren. Maar je moet wel sterk zijn. Voor het afscheid bijvoorbeeld kun je je niet behoeden of er tegen harden. Ik hoor van anderen dat ze het knap vinden dat wij dit doen en dat zij dat niet kunnen. Maar ik kan er niet bij dat zij niets doen.” De familie Boersma kreeg drie weken na het vertrek van Shirley een jongetje van bijna drie waar ze, zoals het nu lijkt, nog een hele tijd voor gaan zorgen.

‘Je raakt toch ‘je zusje’ kwijt’

Nanda Smink is gedragswetenschapper bij Elker pleegzorg. Ze kan zich er alles bij voorstellen dat afscheid nemen van een pleegkind voor het gezin moeilijk kan zijn. “Je kan je toch gaan hechten aan het pleegkind. Je zet je er voor in, geeft het al je liefde en hoopt dat je iets voor hem of haar kunt betekenen, ook al krijg je er soms weinig voor terug. En afscheid nemen is niet alleen voor pleegouders soms moeilijk, maar ook voor de eigen kinderen van pleegouders. Het kan voor kinderen voelen alsof zij een broertje of zusje kwijt raken. Afscheid nemen kan extra zwaar zijn als het pleeggezin er niet van overtuigd is of de plek waar het pleegkind naar toe gaat wel beter voor hem of haar is.” 

“Verstandelijk weet je als crisis of perspectief zoekend pleeggezin dat de plaatsing eindig is en er afscheid genomen moet worden. Maar ook voor langdurige plaatsingen geldt dat afscheid nemen niet onvermijdelijk is. De biologische ouders zijn veelal belangrijk in het leven van een pleegkind. De meest ideale situatie is dat je als pleegouder samen met de biologische ouders voor het pleegkind kunt gaan. Door bijvoorbeeld een moeder te leren hoe je een baby in bad doet. Maar dat dit in veel gevallen heel moeilijk is of dat de situatie zich er niet voor leent, daar ben ik me wel van bewust.”

Er is geen handleiding of blauwdruk waarin staat hoe het afscheid het best geregeld kan worden. De omstandigheden zijn telkens weer anders. Laat het een troost zijn dat in negen van de tien gevallen het vertrek naar een nieuwe woonplek een positieve ontwikkeling voor het kind en diens toekomst als doel heeft. Je kunt van te voren nooit inschatten wat het met je doet. Afscheid nemen hoort bij pleegzorg. Het is een van de vele moeilijkheden waar pleeggezinnen mee om moeten gaan. Eén van de vele redenen waarom ik ook veel waardering heb voor pleegouders. We geven ondersteuning zoveel als we kunnen en staan altijd open voor vragen.”

Geen betere plek voor Shirley dan bij haar tante

Janine is de dag van het vertrek wel naar school gegaan. Ze heeft samen met haar broer en zus nog gezwaaid toen de auto wegreed. Iets wat haar moeder zich niet meer kan herinneren. ‘s Ochtends tijdens het zingen van een lied op school kon ze haar tranen niet bedwingen. Met de juf is ze even naar de gang gegaan. Maar ze wilde niet dat er te veel aandacht aan werd geschonken. Als ze over Shirley vertelt, moet ze nog huilen. “Toen ik de datum wist dat Shirley weg zou gaan heb ik heel vaak haar naam opgeschreven, zoals op een boekenlegger. Je hebt een hele sterke band met haar, maar ze gaat toch weg. Geen betere plek voor Shirley dan bij haar tante, ze hoort bij haar familie, maar voor mij is hier nummer 1. Ik heb een collage van 16 foto’s op mijn kamer staan. Maar daar zitten nu ook foto’s van ons nieuwe pleegkind bij.”