Als pleegouder lever je een belangrijke bijdrage aan de toekomst van een kind

Uit liefde voor gebrokenheid

Hedde Bijma is al 21 jaar pleegvader; José Laning liep een halfjaar stage bij onze onderwijsinstelling vanuit haar studie Pedagogische wetenschappen en werkt daar nu bijna een jaar als schoolpsycholoog. Ze verschillen in levensjaren en ervaring, maar zitten helemaal op één lijn als het gaat over ‘hun’ jongeren. “Als ik je eerder had gekend, had ik je zeker gevraagd om eens mee te kijken bij een paar problemen”, zegt Hedde. “Ik kan juist veel leren van jouw praktijkervaring”, vindt José.

José: “Ik werk bij de onderwijsinstelling in Kortehemmen, een school voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar met zware gedragsproblemen afkomstig van Behandelcentrum Woodbrokers. Mijn taak is docenten te begeleiden in het omgaan met de gedragsproblemen van de 49 leerlingen op onze school. Daarnaast ben ik onderdeel van de Commissie voor de Begeleiding. De CvB is leidend in de opstelling, vaststelling, uitvoering en evaluatie van de onderwijstrajecten. Dit gebeurt aan de hand van een Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Voor dit OPP ben ik inhoudelijk verantwoordelijk. Daarnaast verzorg ik op dit moment trainingen over het omgaan met gedragsproblemen in de klas aan verschillende mensen die werken in het onderwijs binnen het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland. Hoe ben jij verbonden aan Elker?”

“Ik ben al 21 jaar pleegvader. In die tijd hebben er negentien kinderen bij ons gewoond. Momenteel hebben we twee meisjes bij ons huis, een daarvan is via Elker geplaatst. Zij woont inmiddels al dertien jaar bij ons, waarvan het negen jaar knokken was. Gelukkig kunnen we nu zeggen dat het goed met haar gaat. Daar zijn we heel dankbaar voor.”

Hechting

José “Waarom zijn jullie pleegouders geworden?”
Hedde: “We hebben vier kinderen van onszelf, maar we voelden dat er ruimte was voor meer. Je denkt dat je weet waar je aan begint met pleegkinderen, maar je hebt geen idee. Kom maar bij ons, dachten we, wij zorgen voor je. Maar die kinderen zitten helemaal niet op jou te wachten. Het eerste meisje dat bij ons kwam, ging na acht maanden terug naar haar moeder. In de vakantie kwam ze bij een vriendinnetje in ons dorp spelen. Zonder te groeten liep ze langs ons huis. Dat is enorm ontnuchterend. Het zijn natuurlijk allemaal kinderen met een rugzak, ze hebben zoveel meegemaakt. Bijna al onze pleegkinderen hadden te maken met misbruik. Je merkt dat meteen aan het gedrag. Sommige kinderen zijn alleen maar boos en aan het schelden, anderen kruipen meteen bij je op schoot.”

José: “Hechting, denk ik dan meteen. In het begin van het traject van een leerling word ik ook enorm op de proef gesteld. Allemaal om te testen of ik bijvoorbeeld wel blijf of om erachter te komen of ik te vertrouwen ben. Als ze daar wat geloof in hebben, kan ik een normaal gesprek voeren. Maar het went nooit om te zien wat kinderen allemaal meemaken.”

Hedde: “Nee, het blijft heel erg, maar je gaat er zelf ook anders instaan. Ik merk dat ik een muur optrek, zodat het niet zo binnenkomt. Soms weet je uit welke situatie een kind komt, maar bepaalt de rechter toch dat een kind terug moet. Vanaf een afstand zie je het dan weer misgaan, dat is vreselijk. Je moet het een beetje loslaten, om jezelf te beschermen.”

Geen grote doelen stellen

José: “Ik heb echt bewondering voor wat je doet. Je geeft er namelijk veel voor op. Ik kan aan het einde van de dag naar huis, maar bij jou is het dag en nacht jouw situatie.”

Hedde: “Ja, we hebben hier wel eens een kind gehad dat alles sloopte en we hebben nu nog een meisje in huis dat veel problemen heeft en niet alleen kan zijn. Dat vraagt veel van je, maar je doet het. Uit liefde voor gebrokenheid. Deze kinderen hebben er niet om gevraagd. Als je ze dan een heel klein beetje kunt helpen, is dat fijn. Je moet vooral geen grote doelen stellen, dat leer je al snel. En ik moet eerlijk zeggen dat het vooral lukt dankzij de eindeloze lange adem van mijn vrouw, zij heeft een enorme rek. Zou jij pleegmoeder willen zijn?”

José: “Ik heb er nooit zo over nagedacht. Als jongeren bijvoorbeeld teruggeplaatst worden in een voor hen nadelige omgeving, terwijl het net zo goed gaat, denk ik wel eens: kom maar bij mij wonen. Alles is beter dan dit. Maar dat kan natuurlijk niet en je moet er ook nuchter onder blijven. Dat is je bescherming, zoals jij ook zegt.”

Een-op-een contact

Hedde: “Waarom heb jij voor dit vak gekozen?”
José: “Toen ik vijftien jaar was overleed mijn vader plotseling. Ik was toen een periode allesbehalve makkelijk. Ik was vaker niet op school dan wel en als ik er was, was ik niet positief aanwezig. Mede daardoor heb ik misschien wel een klik met de leerlingen van deze onderwijsinstelling. Soms overschreeuwen ze zichzelf of ze kruipen juist weg in een hoekje. Ik vind het interessant om te kijken hoe je daar doorheen kunt prikken, wat erachter zit, maar ook welke invloed de omgeving op ze heeft. Dat intrigeert me enorm. Vooral het een-op-een contact met de leerlingen vind ik fantastisch. Het zijn geweldige jongeren, dat zeg ik ook tegen ze. En ze weten dat ik dat meen, door nepgedrag prikken ze namelijk zo heen. Er is zo vaak tegen ze gezegd dat ze niks waard zijn en dat het toch niet lukt. Wat doet dat met je zelfbeeld? Ik gun ze zo veel en ik kan ook echt voor ze vechten. Het lukt niet altijd, maar als ze een klein stapje zetten en ik kan daar 10 procent aan bijdragen, dan is het al iets. Dat vind ik ook het mooie van het onderwijs. Je geeft ze iets mee, het is opbouwend.”

Betrokken

Hedde: “Ik vind het heel mooi om jouw enthousiasme te zien. Wij waren ook zo, maar hebben dat een beetje afgeleerd, omdat het ons te veel kostte. Ik hoop dat dat jou niet overkomt en je je bevlogenheid kunt houden. Je omgeving speelt daar trouwens ook een grote rol in. Als wij weleens hulp vragen omdat iets niet goed loopt, zeggen ze: ‘Wat doe je dan ook met die kinderen in huis?’ Ik vind dat heel erg.”

José: “Ja, ik ben wel eens bedreigd en dan zeggen mensen al snel: ‘Waarom werk je dan met die kinderen?’ Daar is niet altijd begrip voor. Maar wij weten waarvoor we het doen. Ik wil je ook complimenteren met wat je doet. Ik ben heel blij dat er mensen zijn zoals jij. Ik gun al onze leerlingen zo’n betrokken iemand!”