Congres #gewoonmeedoen.

Informatie & advies

050-5239494

Print pagina

Congres #gewoonmeedoen.

Geplaatst op: 01 juli 2014

Op 12 juni hebben Elker, Het Poortje en Bureau Jeugdzorg Groningen een inspirerend congres georganiseerd. Het Congres #gewoonmeedoen. In Het Poortje konden wethouders, bestuurders, ketenpartners en beleidsmakers kennis maken met ‘In voor zorg!’, maar vooral met de jongeren die hulp krijgen.

 

‘In voor zorg!’ is een stimuleringsprogramma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het doel is om langdurende zorg toekomstbestendiger te maken. Het Poortje Jeugdinrichtingen, Elker en Bureau Jeugzorg Groningen hebben hun krachten gebundeld en zijn in 2013 gestart met een eigen In voor zorg-traject. De organisaties bouwen aan succesvolle trajecten voor jongeren en het gezin.

Door een gebrek aan aansluitende zorg vielen voorheen veel jongeren uit de Jeugdzorg-plus tussen wal en schip. Dit ver­kleinde hun kans op een goede terugkeer in de maatschappij en vergrootte juist uitval en terugval naar gesloten be­handeling. Daarom hebben Bureau Jeugdzorg Groningen, Het Poortje Jeugdinrichtingen en Elker gewerkt aan betere samenwerking. Die start bij het vermoeden van een plaatsing voor Jeugdzorg-Plus en eindigt bij uitplaatsing naar een veilige woonplek met dagbesteding. 
De samenwerking werd ondersteund vanuit In voor Zorg, een stimuleringsprogramma van het ministerie van VWS.

Doelgroep
Het gaat om jongeren met complexe en hardnekkige problematiek en vaak is er sprake van een lange hulpverleningsgeschiedenis. Soms vertonen ze gedrag, waarmee zij zichzelf of anderen schade berokkenen, waardoor opname in de gesloten jeugdzorg-plus via een machtiging van de kinderrechter nodig is.  

Uitgangspunten 
Aansluitend geheel Wonen, behandeling, begeleiding en onderwijs vormen in de trajectzorg een aansluitend geheel. Door nauwe samen­werking sluit de zorg van de verschillende voorzieningen goed op elkaar aan. Schotten vallen weg, creatieve oplossingen ontstaan. Stap voor stap groeit een jongere toe naar het moment dat hij of zij weer kan meedoen in de maatschappij.

Eén plan
Samen met een jongere en zijn ouders wordt één plan gemaakt, gericht op hun eigen kracht en inbreng. De toekomst van de jongere staat centraal in het plan.

De gesloten plaatsing wordt zo kort mogelijk gehouden. 
Er wordt toegewerkt naar zelfstandigheid met een veilige woonplek.

Hoe werkt ‘In voor zorg!’ in de praktijk?
1. Wanneer een plaatsing in Jeugdzorg-plus wordt over­wogen, gaan de jongere, ouders en professionals uit alle betrokken organisaties met elkaar om tafel (netwerk­conferentie).
2. Er is een gezamenlijk traject ontwikkeld met drempelloze overgangen en continuïteit van zorg. Bureau Jeugdzorg houdt doorlopend de procesregie. De behandelaren heb­ben de inhoudelijke regie.
3. Er wordt meer gericht op gezinsbehandeling in de thuis­situatie om uithuisplaatsing te voorkomen.
4. Is er wel sprake van behandeling op een groep, dan krijgen ouders meer verantwoordelijkheid en worden zij meer betrokken bij beslissingen over hun kind. Dit is voor hen een kans om te leren de zorg zelf op te pakken.
5. Er wordt meer vraaggericht gewerkt. Wat jongeren en hun ouders nodig hebben, bepaalt de samenstelling van het traject. In plaats van dat de instelling problemen ‘over­neemt’, ligt er een grotere focus op de mogelijkheden en verantwoordelijkheid van ouders en het netwerk van de jongere.
6. In voor zorg! helpt in het proces van problematiseren naar normaliseren. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar wat wel en niet werkt, maar ook naar wat er nodig is.

Merkbare effecten van ‘In voor Zorg!’

1. Kortere zorgtrajecten, meer ambulante zorg en minder residentiële zorg. Meer jongeren kunnen thuis blijven wonen of weer terug naar huis.
2. Minder maatschappelijke kosten door: minder overlast, delicten, schooluitval, uitkeringen, etc. 
De maatschappij profiteert mee.
3. Meer duidelijkheid en continuïteit in het traject. De zorg wordt beter planbaar vanuit gedeelde verantwoordelijkheid.
4. Minder rigoureuze overgangen voor jongeren. Een jongere kan wennen aan zijn nieuwe situatie. Dit vergroot zijn motivatie en zelfvertrouwen.
5. Geen dubbele analyses (diagnoses) en intakes. Hierdoor betere kwaliteit van zorg en een effectievere aanpak.